Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Anti-emetisch beleid

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
12 sep 2017
Auteur(s):
Cleo van Rooijen

Anti-emetisch beleid

Licht emetogene cytostatische therapie (daunorubicine / cytarabine, EVBP, CHOP, MOPP / ABV, COP, etoposide met mitoxantrone of cyclofosfamide, VAD, methotrexaat):

  • ondansetron 8 mg intraveneus of per os; zonodig aanvullen met metoclopramide 10 mg z.n. max 3 dd per os.

 

Matig emetogene cytostatische therapie (AMSA plus intermediate dose cytarabine (< 1 g/m²) of bij TBI):

  • ondansetron 8 mg intraveneus voor en 8 mg intraveneus of oraal 8 uur na de toediening van cytostatica of TBI. Zonodig aanvullen met metoclopramide 10 mg z.n. max 3 dd per os of lorazepam 0.5 mg z.n. max 4 dd per os.

 

Sterk emetogene cytostatische therapie (ABVD, BEACOPP, DHAP, hoge dosis cytarabine (> 1 g/m2), conditionering met cyclofosfamide of BEAM):

  • ondansetron 8 mg intraveneus plus dexamethason 8 mg intraveneus voor toediening cytostatica en ondansetron 8 mg intraveneus 8 uur later herhalen. Zo nodig aanvullen met metoclopramide 10 mg z.n. max 3 dd per os  of lorazepam 0.5 mg z.n. max 4 dd per os.

        Bij ABVD, BEACOPP of DHAP kan ook aprepitant ingezet worden (dag 1 125 mg p.o. en dag 2

        en 3 80 mg per os).