Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Ovariële functie, preventie en behandeling

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
12 sep 2017
Auteur(s):
Mariëlle Wondergem

Preservatie van ovariële functie

In het algemeen is het geschat risico op infertiliteit (getallen bij vrouwelijke patiënten, sterk beïnvloed door de leeftijd; boven de 30 jaar neemt de kans sterk toe):

  • Zeer hoog (> 80%): myeloablatieve autologe of allogene transplantatie na cyclofosfamide / TBI of busulfan / cyclofosfamide, curatieve bestraling van het gebied van de ovaria of testis.
  • Hoog (60%): standaard of escalated BEACOPP 6 – 8 x (2 kuren geeft risico van 40%).
  • Laag (20%): CHOP, CVP, ABVD, inductie AML, behandeling ALL.

 

Methoden ter voorkoming van infertiliteit na chemotherapie voor vrouwelijke patiënten (altijd in samenspraak met de afdeling gynaecologie):

  • Van GNRH analogen is niet bewezen dat zij de ovariële functie preserveren. Gezien het ongewenste effect van acute overgangsverschijnselen bij het gebruik ervan, naast alle bijwerkingen van de chemotherapie, wordt gebruik ervan afgeraden.
  • Patiënten op orale anticonceptie kunnen hiermee doorgaan, en de stopweek overslaan, teneinde menstruatie ten tijde van trombopenie te voorkomen. Dit werkt echter ook niet bewezen beschermend op de fertiliteit.
  • Patiënten met een kinderwens kunnen het beste snel verwezen worden naar de afdeling gynaecologie voor een IVF procedure (bij vaste partner) of oöcyt cryopreservatie (indien geen vaste partner), indien de ziekte dit toelaat. Hierbij kan in het algemeen 1 stimulatie en oogsting worden gedaan. Gemiddeld neemt de procedure 4 – 6 weken in beslag. Laat patiënten op orale anticonceptie niet stoppen hiermee, dan kunnen zij sneller starten met de stimulatie. Anders dient een geschikt moment in de cyclus te worden afgewacht.

Voorkomen menstruaties tijdens behandeling met chemotherapie

Bij te verwachten langdurige trombocytopene periode start met continu gegeven oraal anticonceptivum of lynestrenol 1 dd 5 tot 10 mg. Indien toch een (doorbraak) bloeding optreedt, kan bij weinig bloedverlies eerst ophoging van de lynestrenol overwogen worden (tot maximaal 1 dd 10 mg) en start tranexaminezuur 4 dd 1000 mg per os. Bij persisterend of hevig bloedverlies moet de hormonale therapie gestaakt worden. Geef zonodig meer trombocytensupport.
Een IUD (spiraal, zowel normaal als hormoonbevattend) dient voor intensieve chemotherapie te worden verwijderd.

Analyse van hormonale status na behandeling met intensieve chemotherapie

Eénmalig op 6 maanden na afsluiten van de therapie wordt bij vrouwen < 45 jr, zonder suppletie, FSH en oestradiol gemeten. Aanwijzingen voor een premature menopauze zijn: wegblijven van menstruatie langer dan 4 maanden, hoog FSH (> 40 U/l) met laag oestradiol (< 100 pmol/l).

Het voorschrijven van hormonale suppletie therapie en / of behandeling van postmenopauzale klachten dient plaats te vinden via de afdeling gynaecologie om een optimale afweging te maken van de voor- en nadelen van de therapie.

Lokale therapie bij vaginale atrofie of dyspareunie:

Verwijzing naar Corien Eeltink.