Revaccinatie programma

Versie:
7.0
Publicatiedatum:
12-05-2022
Auteur(s):
Ellen Meijer, Bram Goorhuis, Mette Hazenberg, Marieke Schoordijk
ID:
MATCH-RVP-009

Revaccinatie programma allogeen1

Aantal maanden / jaar na SCT 4-6 5-7 6-8 12-14 13-15 14-16 16-18 2 jaar 5 jaar

Vacccinaties

Prevenar-13® (13-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin) X X X X          
Pneumovax-23® (23-valent pneumokokken polysaccharidenvaccin)           X     X7
Bexsero® (Meningokokken B)         X   X    
Nimenrix® / Menveo® (quadrivalent meningokokkenvacin: typen A, C, W en Y)         X   X    
Infanrix-Hexa® (Difterie, Kinkhoest, Tetanus, Polio, Haemophilus influenzae type b, hepatitis B)       X X X      
Shingrix® (Varicella zoster virus)       X3   X3      
Influenza X2                
M-M-RVAXPRO® (Bof, Mazelen, Rode hond)               X6  

Metingen

Pneumokokken 9 serotypen (UMCU)             X4    
Mazelen             X    
Hepatitis B             X5    
CD4-getal             X    
Varicella Zoster Virus immuniteitsscreening (IgG)             X    

Ad.De start van het vaccinatieprogramma is onafhankelijk van het gebruik van immuunsuppressiva en/of GVHD.

Ad.Afhankelijk van seizoen eventueel eerder en aan alle patiënten aan te bieden ongeacht termijn na transplantatie, jaarlijks herhalen.

Ad.3  Indien géén immunosuppressiva worden gebruikt én het CD4-getal ≥ 200 x 106/l , dan wordt de valaciclovir profylaxe gestaakt op 1 maand na de tweede Shingrix vaccinatie. Als wel immunosuppressiva worden gebruikt of het CD4-getal < 200 x 106/l, dan wordt de valaciclovir profylaxe gecontinueerd. 

Let op: vóór toediening Shingrix uitgangstiter VZV IgG meten.

Ad.4  Indien niet beschermend, zie actie beschreven bij paragraaf ‘Interpretatie pneumokokken serologie’.

Ad.5  Hepatitis B titer bepaling alleen bij patiënten met hoog-risico op hepatitis B (mensen die in de gezinssituatie, beroepsmatig, door seksueel risicogedrag of door reisgedrag in contact komen met HBsAg-positieve personen; zie https://lci.rivm.nl/richtlijnen/hepatitis-b#index_Risicogroepen).

Ad.6  Alleen indien geen immuunsuppressie, geen GvHD en een CD4-getal > 200 x 106/l  (dit geldt overigens voor alle levend verzwakte vaccins)

en negatieve mazelen IgG. Laagdrempeliger op indicatie, bijvoorbeeld bij een uitbraak.

Ad.7 Elke 5 jaar herhalen.

 

NB.  Levend verzwakte vaccins, zoals gele koorts, rubella, bof en mazelen

         mogen, op indicatie (bijv. een reis naar een endemisch gebied), alleen bij patiënten na

         allogene  stamceltransplantatie worden toegediend, indien er géén cGVHD is en er géén

         immuunsuppressieve medicatie meer gebruikt wordt en nooit vóór 2 jaar na de

         stamceltransplantatie.

Interpretatie pneumokokken en meningokokken serologie

PCV13     : Prevenar-13®

PPSV23   : Pneumovax-23®

 

In het UMC Utrecht wordt de IgG concentratie van 9 vaccin serotypen bepaald, waarvan 5 serotypen in beide vaccins aanwezig zijn (6B, 9V, 14, 19F, 23F) en 4 serotypen uitsluitend in PPSV23 (8, 15B, 20, 33F).

Indien minder dan 6 serotypen een waarde hebben van ≥ 0.35 µg/ml, dan wordt dat beschouwd als niet beschermd.

Als 6 of meer serotypen een waarde hebben van ≥ 1.00 µg/ml, dan wordt dat beschouwd als goed beschermd.

Alles daartussen is gedefinieerd als matig beschermd. (1)

 

Actie alleen bij een niet-beschermde status:

Overweeg continueren AB-profylaxe in overleg met hoofdbehandelaar of, indien staken profylaxe gewenst is antibiotica on demand kuur conform asplenie protocol, met instructies.

Overweeg een herhaling PCV13 gevolgd door PPSV23 minimaal 1 jaar na de laatste PPSV23 vaccinatie (niet eerder ivm kans op hyporespons na een polysaccharide vaccin) met titercontrole 4 – 8 weken na PPSV23. Hier is echter nog weinig evidence voor.

Indien opnieuw geen respons: PPSV23 booster na 5 jaar, óf opnieuw vaccineren wanneer eventuele immunosuppressiva zijn afgebouwd.

Interpretatie VZV serologie

  • Aanvankelijk (in 2022?) serologie bij alle allo-HSCT ontvangers bepalen zodat we een uitgangswaarde hebben hoe het bij mensen zonder immunosuppressiva op baseline is. Daarna (vanaf 2023) alleen bij mensen die immunosuppressiva gebruiken.
  • Op maand 8 en maand 12 van het vaccinatieschema VZV IgG bepalen en bij order noteren dat het om een pre/postvaccinatiemonster bij Shingrix gaat. Dit is voor de virologie een cue dat het kwantitatief moet worden uitgeslagen indien mogelijk.
  • Indien géén immunosuppressiva en CD4>200 op maand 12 sowieso valaciclovir profylaxe stoppen, ongeacht titer.
  • Bij mensen die nog immunosuppressiva gebruiken OF CD4<200 op maand 12 alleen stoppen bij 4-voudige titerstijging VZV of (als er geen VZV antistoffen op baseline waren) een seroconversie van NEG naar POS.

 Referenties

Andrews NJ, Waight PA, Burbidge P, Pearce E, Roalfe L, Zancolli M, et al. Serotype-specific effectiveness and correlates of protection for the 13-valent pneumococcal conjugate vaccine: a postlicensure indirect cohort study. Lancet Infect Dis. 2014;14(9):839-46

Wijziging t.o.v. vorige versie

  • Oude tabellen vervangen door een nieuwe tabel volgens de laatste ontwikkelingen.