Artikelen: Allogene HPC transplantatie

Bronchiolitis Obliterans Syndroom Protocol

Versie:
2.0
Publicatiedatum:
13-04-2016
Beheerders:
Ellen Meijer, Linde Morsink, Esther Nossent

Pre-SCT evaluatie Anamnese en lichamelijk onderzoek X thorax Longfunctie         Bij afwijkingen: verwijzing naar longarts voor aanvullend onderzoek. Op indicatie uitgebreider longfunctieonderzoek, HRCT dan wel ander aanvullend onderzoek. Post-transplantatie Gebruik piekflowmeter voor wekelijkse zelfevaluatie; bij daling in de piekflow (>

Chimerisme – onderzoek en graft failure

Versie:
2
Publicatiedatum:
09-03-2022
Beheerders:
Erfan Nur, Mette Hazenberg, Ellen Meijer

Na een allogene stamceltransplantatie is een ontvanger “compleet donor chimeer” als alle hematopoietische cellen afkomstig zijn van de donor. De niet-hematopoietische cellen zijn nog steeds afkomstig van de ontvanger. Als er hematopoietische cellen van beide, donor en ontvanger, kunnen worden

CMV-reactivatie; monitoring, profylaxe en behandeling

Versie:
3.0
Publicatiedatum:
28-02-2020
Beheerders:
Ellen Meijer, Caroline Rutten

CMV-monitoring (d.m.v. PCR op CMV-DNA) Bij seronegatieve patiënt en donor Monitoren niet noodzakelijk, tenzij klinische verdenking op CMV infectie. Bij seropositieve patiënt en/of donor Eénmaal per week tot dag +100. Daarna bij ieder polibezoek tot immuunsuppressiva zijn afgebouwd. Na ATG, post-transplantatie

Conditioneringsschema’s Allogeen SCT

Versie:
4.0
Publicatiedatum:
15-10-2021
Beheerders:
Ellen Meijer

Algemeen Stamceltransplantatie vindt in de regel plaats op de dag ná het afronden van de conditionering. Bij beperkte houdbaarheid van het product zal eventueel een aangepast schema gemaakt worden.  AML / MDS Bij AML / MDS wordt bij elke patiënt

Donor Lymfocyten Infusie (DLI)

Versie:
3.0
Publicatiedatum:
26-08-2021
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

Donor Lymfocyten Infusie (DLI) Het primaire doel van een allogene stamcel transplantatie is immunologische consolidatie. De basis van deze benadering is alloreactiviteit in het kader van genetische verschillen tussen donor en ontvanger. Alhoewel bij de keuze van een geschikte donor

Donor selectie

Versie:
3.0
Publicatiedatum:
03-04-2019
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

Prioritering non-HLA variabelen bij MUD donor selectie Match voorkeur myelo + non myeloablatieve conditionering zonder T-cel depletie  1ste voorkeur:  in de leeftijdscategorie van de donor tussen 18 – 32 jaar geldt leeftijd als     eerste voorkeur  2e voorkeur:  CMV serologiestatus match

EBV monitoring; post-transplantatie lymfoproliferatieve ziekte (PTLD)

Versie:
2.0
Publicatiedatum:
06-06-2017
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder, Juleon Coenen

  Van een EBV-reactivatie is sprake als d.m.v. PCR virus DNA in het bloed wordt aangetoond. Door het geven van pre-emptieve therapie kan de ontwikkeling tot PTLD meestal worden voorkomen.   Van PTLD is sprake als er, naast de aanwezigheid

GvHD acuut

Versie:
2.0
Publicatiedatum:
06-06-2017
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder, Juleon Coenen

Definities NIH criteria (Filipovich BBMT 2005):    Optreden na SCT / DLI  Kenmerken van aGvHD  Diagnostische / karakteristieke (distinctive) kenmerken van cGvHD     Acuut  Klassiek < 100 dagen Ja Nee  Persisterend, recidiverend, late-onset > 100 dagen Ja Nee Chronisch  Klassiek geen

GvHD chronisch

Versie:
4.0
Publicatiedatum:
16-06-2017
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder, Juleon Coenen

Diagnostiek en classificatie van chronische GvHD Diagnose cGvHD volgens GvHD bijlagen (tabel 1 en 2) Aanwezigheid van 1 diagnostische bevinding of Aanwezigheid van 1 karakteristieke (distinctive) bevinding bevestigd door histologisch, radiologisch of ander (bijv. Schirmer test) onderzoek met uitsluiting van andere

GvHD chronisch – richtlijn orale GvHD

Versie:
2.0
Publicatiedatum:
19-05-2022
Beheerders:
J. E. Raber - Durlacher, M.C.E. Schoordijk

Chronische graft-versus-host ziekte van de mond (orale GvHD)   Richtlijn Orale GvHD    

GvHD bijlagen

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
01-06-2013
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder

1. Symptomatologie en scoren van cGvHD Tabel 1. Signs and symptoms of cGvHD AP indicates alkaline phosphatase; ALT, alanine aminotransferase; AIHA, autoimmune hemolytic anemia, ITP, idiopathic thrombocytopenic purpura. 1  In all cases, infection, drug effect, malignancy, or other causes must

GvHD profylaxe

Versie:
5.0
Publicatiedatum:
26-03-2020
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

Immuunsuppressiva     Streefspiegel Ciclosporine  NMA / RIC: 1 x oplaaddosis 7 mg/kg per os dag -3, daarna 2 dd 3,5 mg/kg per os Dalspiegel: 200 – 300 ng/ml    MA: 3 mg/kg intraveneus continu of 2 dd 1,5 mg/kg intraveneus 

Handige Links

02-10-2022

https://bethematchclinical.org/   https://bethematchclinical.org/post-transplant-care/   http://www.fredhutch.org/en/treatment/long-term-follow-up/information-for-physicians.html   http://www.hovon.nl/werkgroepen/studiewerkgroepen/stamceltransplantatie.html   https://portal.cibmtr.org/SurvCalc/default.aspx   https://www.cibmtr.org/ReferenceCenter/Statistical/Tools/Pages/DRI.aspx    

HLA-typering

Versie:
2.1
Publicatiedatum:
29-08-2022
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

  Stappenplan HLA typering Stap 1: – Eerste typering patiënt en siblings (Sanquin formulier 6 of CLAUS). – Patiënt: hoge resolutie HLA klasse I en klasse II typering (A, B, C, DRB1, DQB1 en DPB1).   – Siblings: lage resolutietypering

Indicaties allogene stamceltransplantatie

Versie:
4.0
Publicatiedatum:
24-02-2022
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

Zie hiervoor de link naar het document van de HOVON SCT werkgroep: indicaties allogene stamceltransplantatie Referenties – Bijbehorende documenten –

Infectiepreventie

Versie:
3
Publicatiedatum:
12-07-2022
Beheerders:
Geerte van Sluis, Jarom Heijmans, Ellen Meijer, Erfan Nur

  Algemene infectiepreventie bij neutropenie PDD volgens lokaal gebruik conform de conditioneringsschema’s.   Let op: alleen van toepassing bij een conditionering die gepaard gaat met langdurige neutropenie (> 7 dagen). Inventarisatiekweken worden als eerste afgenomen 48 uur na start van

Infusie richtlijn stamceltransplantaat bij AB0 antagonisme

Versie:
1
Publicatiedatum:
16-04-2015
Beheerders:
Sacha Zeerleder, Ellen Meijer

AB0 major incompatibel a. PBSCT AMC procedure Starten met 20 druppels/min gedurende 30 minuten. Indien geen reacties 40 druppels / min gedurende 20 minuten. Indien geen reacties daarna 60 druppels / min.   VUmc procedure Bij erytrocytencontaminatie ≤ 100 x

Nazorg na allogene SCT

Versie:
1.5
Publicatiedatum:
26-08-2021
Beheerders:
Juleon Coenen, Erfan Nur, Ellen Meijer

Nazorg na allogene SCT, het 1ste jaar Hematologie en chemie Hb, leukocyten, trombocyten, neutrofielen, kreatinine, bilirubine, ALAT, LDH. Bij MA conditionering week 1 t/m 3 op ma / wo / vrij; daarna bij elk polibezoek. Bij NMA / RIC conditionering

Revaccinatie programma

Versie:
7.0
Publicatiedatum:
12-05-2022
Beheerders:
Ellen Meijer, Bram Goorhuis, Mette Hazenberg, Marieke Schoordijk

Revaccinatie programma allogeen1 Aantal maanden / jaar na SCT 4-6 5-7 6-8 12-14 13-15 14-16 16-18 2 jaar 5 jaar Vacccinaties Prevenar-13® (13-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin) X X X X           Pneumovax-23® (23-valent pneumokokken polysaccharidenvaccin)    

Risicoclassificatie

Versie:
3.0
Publicatiedatum:
12-01-2021
Beheerders:
Ellen Meijer

1. DRI (= Disease risk index) Risicoclassificaties per ziekte worden bepaald aan de hand van de DRI tool. 2. HCT-CI (=Hematopoietic stemcell transplantation-comorbidity index) Seattle HCT-Comorbidity Index: AlloSCT non-relapse mortality risk score Comorbidity Definitions of comorbidities included in the new

Stamcelmobilisatie

Versie:
1
Publicatiedatum:
28-04-2015
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder

Algemene streefwaarden aantal CD34+ cellen Bij alle vormen van conditionering: Ongeselecteerd leukaferesemateriaal met totaal CD34+ > 4 x 106/kg (patiënt), maximaal 10 x 106/kg. Accepteer een CD34+ getal van minimaal 2 x 106/kg indien 3 leukafereses nodig zijn. Mobilisatie donor

Transfusies

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
24-02-2022
Beheerders:
Ellen Meijer, Erfan Nur

Transfusies na transplantatie  Indicatie voor bestraalde en parvovrije bloedproducten Na autoloog SCT: vanaf 2 weken voor tot en met 6 maanden na: bestraald en parvo B19 veilig tenzij er antistoffen tegen B19 aantoonbaar zijn. Na allogeen SCT: vanaf 2 weken

Transplantatie-geassocieerde trombotische microangiopathie (TMA)

Versie:
2
Publicatiedatum:
04-03-2022
Beheerders:
Mette Hazenberg, Ellen Meijer

Inleiding Transplantatie-geassocieerde TMA komt in 10 – 35% van de patiënten voor. De exacte pathogenese is nog onduidelijk, maar endotheel schade (of tenminste dysfunctie) door conditionering, medicatie, infectie en/of GvHD (of als uiting van GvHD) speelt een centrale rol te

Veno-occlusieve ziekte (VOD)

Versie:
2.0
Publicatiedatum:
22-12-2015
Beheerders:
Ellen Meijer, Sacha Zeerleder

Inleiding Veno-occlusieve ziekte van de lever (VOD, veno-occlusive disease of ook wel SOS, sinusoïdal obstruction syndrome) ontstaat binnen de eerste maand na transplantatie door schade t.g.v. de conditionering aan de sinusoïdale endotheelcellen van de lever en (later) ook aan de